← terug

logo
Inleiding - verantwoording en getuigenissen
VERANTWOORDING

Elke vereniging wil op een gegeven ogenblik haar geschiedenis wel eens op papier zetten. De samenstellers van dit boek beseffen al te goed dat dit werk is voor een geschoold historicus en hopen dat eerlang zo iemand zich geroepen voelt om de geschiedenis van Erasmus, misschien binnen de grotere context van de geschiedenis van het Brussels amateurtheater, te boek te stellen.
In dit boek werd daarom geopteerd voor een chronologische opsomming van alle producties met hun auteur (voor zover die terug te vinden was), premièredatum, regisseur, acteurs en medewerkers, aangevuld met getuigenissen en overzichtsartikels per decennium.
De overzichtsartikelen bevatten inhoudelijk nogal eens overlappingen. De Erasmus geschiedenis is geen taart die men netjes in vijf kan delen. Bepaalde tendensen die een aanzet kennen in één periode komen pas tot volle bloei in een volgende. Vandaar dat herhalingen niet te voorkomen waren.
Met veel zorg werden namen en data opgezocht. Indien toch een slippertje werd gemaakt laat het dan weten, een volgende keer wordt dat zonder fout rechtgezet.
Wij hopen dat dit boek een aangenaam naslagwerk en geheugensteuntje wordt voor de leden, spelers en vrienden van Erasmus.

TEKSTEN: Gertjie Bryssinck, Bruno Demuynck, Walter Goethals, Jean-Pierre Hulsbosch, Roland Sampermans, Roger Van de Voorde, Guido Vastenavondt
DOKUMENTEN: Het Erasmus-archief en de families Saliën, Vastenavondt, Seeuws-Degelaen, Van Cleemput, Maerevoet
RESEARCH: Jean-Pierre Hulsbosch, Roger Van de Voorde, Liliane Dussart
GRAFISCHE VORMGEVING: Guido Vastenavondt
EINDREDACTIE: Guido Mertens
VERSCHIJNING: 10 februari 1996
 

EERSTE GETUIGENIS: Erasmus, Omzien in Vertedering


Getuigenis van Walter Goethals ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van Erasmus.

1945. Achiel Van Acker vormt een regering van nationale eenheid terwijl in Jalta de kaart van Europa hertekend wordt. Hitler en Mussolini zijn dood. Op 8 mei lopen 5 jaar van angst en ontbering ten einde. In ons land verschijnen 200.000 collabo's voor de vierschaar. Maar het leven herneemt zijn rechten. Er groeit nieuwe hoop bij een jeugd die heelhuids uit het cataclysme komt. Er groeien ook hooggespannen verwachtingen bij een jonge generatie die gedoemd leek om te versmachten in onvervulde dromen.
Tegen dit chaotische kader wordt in Kuregem, uit een. patronaatskring "De Klaroen", een heus Vlaams toneelgezelschap geboren onder de leiding van een oude bard, Rik Van der PeITe. Een Vlaamse toneelkring in een wijk die grondig verfranst of verbeulemanst is! Het had veel weg van waaghalzerij temeer daar in die redeloze dagen Erasmus het risico liep het odium op zich te .laden, Duitse sympathieën te cultiveren. Er komt derhalve tegenkanting van Franstalige zijde maar ook, zij het verkapt, van de lokale Franstalige parochieherder -ik ben gelukkig zijn naam vergeten- die zich, ondanks de katholieke signatuur van het jonge gezelschap, blauw ergert aan dit Vlaamse initiatief. Ik herinner mij nog hoe hij bij het ronddelen van onze affiches ontgoocheld zei : "Et il n'y a de nouveau rien en Français au programme?".
Gelukkig voor Erasmus is er kapelaan Bruylandt, een jonge, schriele bleekneus van een priester die meen ik aan zijn eerste apostolaatsjob toe was. Hij is een bewuste Vlaming die ons zeer genegen is en gewiekst als buffer optreedt tussen zijn argwanende curé en onze Vlaamse Sturm und Drangers. Het iele mannetje werkt zich gestadig uit de soutanenaad om de geit en de kool te sparen. Mocht hij nog leven dan weze hem hier een verdiend eresaluut toegebracht. De kern van de vereniging "voor het volk" bestond aanvankelijk uit de Van der Perre, Theeuwen, de flamboyante Roger Van de Voorde, mijn broer Tryphon Goethals, Fried Van Ongeval, Piet Spapens, Mariette Dewin, Lilly Dussart, François Deferm en ik vergeet er helaas enkele. Repetities en opvoeringen grepen plaats in het groezelige wijkzaaltje "PATRIA" aan de Priester Cuylitsstraat. In de onooglijke "tabagie" , waar enig karig vertier mogelijk was, keek een afgrijselijk loensende Erasmus, gekonterfeit door Rik Van der Perre, op het Jonge geweld neer. We deelden deze historische locatie met de lokale Symfonische Kring.
Als jonge snaak kwam ik niet meteen in aanmerking om met het grote gezelschap op te treden. Samen met een tiental onvervalste straatketjes belandde ik in de kweekschool van Roger Van de Voorde, het "Jeugdtheater". Maar via mijn broer en zijn vrienden deelde ik in het laaiend enthousiasme van de pionierstijd. Ik heb menige repetitie stilzwijgend mogen meemaken en mocht om de haverklap inspringen als gelegenheidssouffleur. Zo was het mij vergund de volwassenen als bevoorrecht getuige te observeren, onder wie sommigen een sterke indruk nalieten.
Vooreerst was er de patriarchale voorzitter Rik Van der Perre die naar ik meen ook de eerste probeersels van Erasmus regisseerde. Het was voor mij een man die leek te stammen uit een mythisch Vlaams verleden. Zijn gedrongen gestalte stak onveranderlijk in een vaal afgedragen oorlogspak. Zijn zwaar besnorde kop waaruit een sonore stem ontsnapte bezorgde hem een vanzelfsprekend gezag. Hij sprak een taal die ik op school nog alleen verplicht las bij Karel Ledeganck. Nooit heb ik hem durven aanspreken, zo groot was de kloof die mij als tiener scheidde van deze ontzagwekkende figuur die ik niet één keer heb zien lachen.
En dan was er de jonge, gedreven Roger Van de Voorde die enthousiast de teugels overnam. Hij is het die de jeugdige woelwaters geestdriftig bezielde en boven zichzelf deed uitstijgen. Met hem kreeg Erasmus een raspaard die door zijn aangeboren talenten iedere productie tot een succes maakte. Van de spelers had niet één enige vooropleiding maar de bevlogen Roger smeedde ze om tot acteurs die Erasmus weldra een vooraanstaande plaats bezorgde. Ik herinner mij levendig de verbetenheid waarmee hij regisseerde: veeleisend, gedurende de repetities beurtelings kastijdend en zalvend, onvermoeibaar en gepassioneerd, eerste en laatste op de bres. De enkele keren dat hij zelf op de planken stond toonden ons een begenadigd acteur tussen goedmenende amateurs. Het was in die teeveeloze tijd nog de gewoonte gedurende de pauzes het publiek verder te onderhouden met o.m. declamatie of muziek. Roger muntte uit in het dramatische genre en zo heb ik hem ooit Sneyssens van Rodenbach zien voordragen op een wijze die de toeschouwers kippenvel bezorgde. Bij de eindfase rukte hij in een dramatische geste zijn hemdboord los waarbij het knoopje driftig wegschoot richting publiek. Zijn zus die vooraan in het zaaltje zat, zorgde toen voor de anticlimax door in de muisstille zaal luidop te zuchten: "Amai! 'k zal morgen weer mogen verstellen ... ".
Een figuur die in zich alle mogelijke gebreken verenigde om op de planken onderuit te gaan was Jan Roeges van wie niet te achterhalen is hoe hij bij het toneelgezelschap verzeilde. Zijn geheugen liet hem steevast in de steek terwijl ook zijn gehoor betere tijden had gekend. Zo waren, benevens de souffleur, achter de coulissen nog een drietal medewerkers vereist om Jan rolsteun te verlenen. Het was steeds souffleren in stereo ... Hij presteerde het om af en toe voortijdig het toneel te verlaten, bij voorkeur langs de verkeerde deur, om prompt door een briesende regisseur weer in de arena gejaagd te worden. De brave borst werd tot zijn ontgoocheling afgevoerd naar het arsenaal der reservespelers.
Mijn eigen korte theaterloopbaan begon als souffleur omstreeks 1950, na een driejaarse stage bij het Jeugdtheater, dat Roger zo tussendoor ook nog op poten zette. Daarna kwam de bekroning toen ik met enkele figurantenrollen eindelijk werd opgenomen in het walhalla der serieuze acteurs. Mijn talenten werden in de knop gebroken door mijn legerdienst waarna meer prozaïsche beroepsaangelegenheden mij van een comeback afhielden. Erasmus blijft evenwel tot mijn allermooiste jeugdherinneringen behoren.


TWEEDE GETUIGENIS  -  De Afgelegde Weg

Basistekst van de toespraak van schepen Jan Abbeloos tijdens de plechtige ontvangst op het gemeentehuis van Anderlecht (21 oktober 1995), ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van Erasmus .

Een handjevol jonge mensen die door de toneelmicrobe waren gebeten, richtten 50 jaar geleden, op 1 augustus 1945 om precies te zijn, de Toneelvereniging Erasmus op. De vereniging werd gevestigd in de volksrijke buurt Kuregem, in oude schoollokalen aan de Priester Cuylitsstraat. Deze jonge mensen, waarvan de meesten amper 17 jaar waren, hebben nooit kunnen vermoeden dat 50 jaar later hun vereniging nog aan de slag zou zijn. Het was nu niet precies de bedoeling "geschiedenis te maken" en ver buiten de grenzen van de gemeente bekendheid en roem te verwerven.  Ze waren overmoedig, dat wel, deze jonge theatermakers. Overmoedig maar hardnekkig. Hun opzet was groots. Ze wilden immers breken met de bestaande toestanden in het Brusselse amateurtoneel in het algemeen en het Anderlechtse in het bijzonder. Het lag voor de hand dat de af te leggen weg niet over rozen zou gaan. Maar van in het begin was het duidelijk: toneelvereniging Erasmus zou het zich niet gemakkelijk maken. De stichters wilden van meet af aan kwalitatief theater brengen in de arbeiderswijk die Kuregem was. De slogan "Erasmus voor het volk" werd niet zonder reden in het blazoen ingeschreven.
Een paar jaar nadat de voorganger, de Kuregemse toneelgroep De Klaroen het levenslicht zag, nam Erasmus in 1945 de fakkel over en zou voortaan niet de gemakkelijkste, lees commerciële weg volgen. En dat de stichters en hun opvolgers erin geslaagd zijn de verwachtingen waar te maken, mag blijken uit het indrukwekkende repertoire dat zij in de loop van de jaren hebben weten op te bouwen.
En de ingeslagen weg ging inderdaad niet over rozen. Wanneer je er het repertoire van de eerste jaren op naslaat merk je niet zoveel over de nobele doelstelling die de vereniging zich had eigen gemaakt. Er dienden compromissen met het publiek gesloten te worden, om het bestaand publiekspotentieel niet af te stoten en een nieuw publiek aan te boren. De geplande vernieuwing beperkte zich in het begin tot het spelen van eigentijdse toneelstukken, meestal van Vlaamse auteurs, en met thema's die de gewone man dienden aan te spreken. De vernieuwing lag hem vooral in het nastreven van een degelijke instudering van de stukken en het brengen van kwalitatieve uitvoeringen. Opmerkelijk in hun betrachtingen was ook dat de stichters meteen aan de toekomst wilden denken. Samen met de oprichting van Erasmus werd gedacht aan de oprichting van Jeugdtheater Erasmus, een kinderafdeling, die moest zorgen voor het opkweken van jonge acteurs.
Een ongelooflijke hardnekkigheid en een niet aflatend - doorzettingsvermogen zou ervoor zorgen dat de Erasmussers zich in de wereld van het amateurtoneel lieten opmerken. Opportunisme en hoogmoed was hun vreemd. Gestaag slaagden ze erin de toon te zetten in het Brusselse amateurtoneel. Om niet te verstarren in zelfvoldoening probeerden ze zichzelf zoveel mogelijk kritisch in vraag te stellen en steeds nieuwe, jonge mensen aan te trekken.
In 1970, het jaar dat Erasmus normaal zijn 25ste verjaardag had moeten vieren, ging een lang gekoesterde droom in vervulling: de oprichting in eigen schoot van Laborasmus, een theaterlaboratorium aankomende acteurs, actrices en regisseurs.  Laborasmus heeft in de geschiedenis van Erasmus een meer dan voorname rol gespeeld. De groep zou niet alleen zorgen voor de aanvoer van jong bloed maar zou tevens een belangrijke rol spelen in de vernieuwing en verdere ontwikkeling van Erasmus. In de huidige werking spelen de Laborasmussers van toen nog altijd een belangrijke rol.
Erasmus heeft in de loop van de geschiedenis in verscheidene locaties gespeeld. Na het wegvallen van de theaterinfrastructuur in de Priester Cuylitsstraat en nadien te zijn gehuisvest in de Dr. Demeersmanstraat, diende het gezelschap voor zijn uitvoeringen uit te wijken naar locaties als de Brusselse KVS en de Beursschouwburg. Erasmus behield echter zijn maatschappelijke zetel in Anderlecht en zou zich van bij de oprichting van de Culturele Raad aan het Dapperheidsplein (in 1970) en het Centrum voor Amateurkunsten aan de Veeweydestraat (in 1978) blijvend te Anderlecht vestigen.
Het kleine plantje van toen is vandaag uitgegroeid tot een stevige plant. In 1993 was het bestuur van oordeel dat het voor de goede werking nuttig zou zijn de structuur van de vereniging enigszins aan te passen. Op 15 april 1993 verscheen in het Belgisch Staatsblad de statuten van de v.z.w. Toneelvereniging Erasmus Anderlecht, afgekort Theater Erasmus. Twee doelstellingen werden in de statuten ingeschreven:
1. Organiseren van toneelproducties op vrijwillige basis, maar waar gestreefd wordt naar een zo hoog mogelijke kwaliteit.
2. Organiseren van een zo dynamisch mogelijk sociaal verenigingsleven, met het theater als middelpunt.
Theater Erasmus heeft in de jaren van zijn bestaan kunnen rekenen op de daadwerkelijke steun van het Anderlechtse gemeentebestuur. Zo kan de vereniging, naast andere logistieke ondersteuning, momenteel (lees 1995) beschikken over een tweetal eigen lokalen in de Marius Renardschool te Kuregem, de wijk waar Erasmus het levenslicht zag.

Over het repertoire...

Erasmus heeft er altijd naar gestreefd een repertoire op te bouwen waarbij verscheidenheid in stukkenkeuze het voornaamste oogmerk was. Alle genres kwamen aan bod: komedies, ernstige stukken zowel van klassieke als moderne auteurs.  In de beginperiode speelde het gezelschap vooral lichtere stukken, meestal van Vlaamse auteurs, met verhaallijnen die de gewone man van de straat aanspraken. Stukken van auteurs als o.a. Alfred Bogaerd, Jaak Ballings, Paul Hardy, Willem Putrnan, Jan Fabricius, Staf Knop, Luc Vilsen.  Na het eerste decennium, wanneer het gezelschap enige bekendheid had verworven, zou het zich wagen aan zwaardere opdrachten, waar het zou streven naar diversiteit in de stukkenkeuze. Zo probeerde Erasmus origineel te zijn in het samenstellen van zijn repertoire. Men deinsde er niet voor terug premières en creaties te spelen van stukken die nieuw waren en voor Erasmus werden vertaald of aangepast.
Het weze gepast, zij het zeer onvolledig, een aantal namen van auteurs te vermelden die op de Erasmusplanken werden gepresenteerd. Erasmus speelde in het min of meer ernstige genre bijv. Ugo Betti, Claude Spaak, Fritz Hochwälder, J.B. Priestley, Bertold Brecht, E.H. Whithehead, Annie M.G. Schmidt, Goldoni, August Strindberg, Wemer Fassbinder, Jean-Paul Sartre, Jean Anouilh, Herbert Achternbusch, Gildas Bourdet, Rene Verheezen, Arrabal, Hugo Claus, Tone Brulin, John Arden, Tennessee Williams, James Saunders en Harold Pinter. Maar ook in het lichtere genre speelde het gezelschap met bravoure Aldo de Benedetti, Jack Popplewell, Melchior Lenguel, Miguel Mihura, Goldoni, Koolhaaze en Zimmer, Franca Rama en Dario Fo, Bariliet en Gredy en Alfonso Paso.

En de behaalde onderscheidingen

Alhoewel de mensen van Erasmus op een boogscheut van de Anderlechtse slachthuizen opereerden, hebben zij zich nooit als "prijsbeesten" willen opstellen. Zij waren er allergisch voor zich geregeld te moeten "meten" met de collega's van de andere toneelverenigingen. Een "Vette Os" was dus aan hen niet besteed.
Maar toch hebben zij zich in het verleden - zij het maar 5 keer "bezondigd" aan het meespelen in nationale toneelwedstrijden Een eerste keer (1954) namen ze deel aan een provinciale wedstrijd, georganiseerd door het A.K.V.T. Brabant, met het stuk "Mevrouw Pilatus" van Willem Putman. Ze haalden er de 4de prijs en de prijs van de beste actrice. Een tweede keer (1956) waagden zij hun kans in een nationale wedstrijd in Mechelen, met het stuk "De beste jaren van ons leven" van Richard Person, en behaalden er eveneens een 4de prijs. In 1981 zou het hen beter vergaan in de prestigieuze nationale wedstrijd van het Noordstarfonds. Met het opgelegde stuk "Lieve Francis" van Jo Ceulemans, sleepten ze een eerste prijs weg. In 1982 namen ze te Lokeren deel aan de nog prestigieuzere wedstrijd van het Koninklijk Landjuweel. Ze behaalden er de prijs van de "collectieve inspanning", met de klassieker "De drie zusters" van Anton Tsjechov. En last but not least, behaalden zij in maart van dit jaar (1995), in de Renaat Ravyts prijs, met "Het leven is een feest" van Alfonso Paso, nogmaals een eerste prijs, met als toemaatje de prijs van de beste actrice.
Waar Erasmus niet allergisch voor was, was de deelname aan de door de provincie Brabant jaarlijks georganiseerde categoriewedstrijd. De deelnemende verenigingen uit Brabant worden beoordeeld door een jury en ingedeeld in 5 categorieën.  Aan het Provinciaal Toneeltornooi-Brabant heeft Erasmus 26 keer deelgenomen. Erasmus slaagde erin zich, en dan nog wel opeenvolgend, 22 keer te laten klasseren in de hoogste afdeling, de "Uitmuntendheid". Daarboven werd ze nog 11 keer bedacht met de "gelukwensen van de jury", waarvoor men tenminste 95% van de punten moest behalen. Het zou ons te ver leiden al de stukken op te sommen, maar het dient wel gezegd dat steevast werd deelgenomen met werk van moeilijk te interpreteren auteurs.  De prestaties die Erasmus heeft geleverd in het provinciale tornooi betekenen een unicum in de geschiedenis van dit tornooi. Geen enkele Brabantse toneelvereniging is erin geslaagd dit absoluut "record" te kloppen.

← terug