← terug

logo
1945 - 1954 Θ Uit Klaroengescham Onstaan
Voor de Tweede Wereldoorlog waren er te Anderlecht verschillende amateursgroepen actief. Deze zouden een voor een verdwijnen tijdens de eerste bezettingsjaren. Onder impuls van de Nederlandse familie Spapens werd tussen 1942 en 1943 te Kuregem het toneelgezelschap De Klaroen opgericht dat zijn opvoeringen in zaal Famila bracht.
Mede door de culturele normen die de bezetter oplegde -heel wat auteurs mochten niet gespeeld worden- mogelijk ook door autocensuur uit vrees voor verklikking en politioneel optreden van de Duitse bezetter, maar vooral door het gebrek aan motivatie en inzet van leden en spelers, oversteeg het niveau nooit het stadium van een gezellig parochiaal onderonsje.
Toen na de bevrijding, noch de mentaliteit, noch de programmatie bij De Klaroen veranderden, gingen enkele jeugdige medewerkers het oprichten van een nieuw gezelschap overwegen. Op 1 augustus 1945 vergaderden Mathieu Teeuwen, Roger Van de Voorde en Clément Staelens in het café van Jean Paternotte, het stamcafé van de kerkgangers en koorzangers, op de hoek van de Bergensesteenweg en de Liverpoolstraat en richtten zij de Katholieke Vlaamse Toneelvereniging "Erasmus - voor het volk' op. [De kenspreuk 'Voor het volk' werd bedacht door Armand De Zeeuw, Anderlechts kunstcriticus, die Erasmus bijstond met zijn raadgevingen.]
De Klaroen was nochtans met de beste bedoelingen gestart en de eerste vertoningen mogen, gezien de tijd, geslaagd worden genoemd. Vrijetijdsbesteding hield niet veel in tijdens de bezettingsjaren of was doorspekt met fascistische propaganda, vooral in de cultuursector. De Klaroen had het overigens (ook toen) niet gemakkelijk in de verfranste gegoede wijk van Kuregem, waar men neerkeek op alle culturele activiteiten van de Nederlandstalige verenigingen die hoofdzakelijk uit arbeiders bestonden. Hier moet er trouwens op gewezen worden dat de jonge actrices van De Klaroen, later van Erasmus, les liepen in het Franstalig onderwijs en 's avonds toneel speelden in het Nederlands.
De Klaroen was vooral stuk gegaan door het gebrek aan statuten, duidelijke afspraken, noem het een intern reglement, en de stichters die dit ingezien hadden vroegen dan ook hun leden om volgende beginselverklaring te ondertekenen:

1. Culturele en zedelijke vereffening van het volk.
2. Streven naar welzijn van haar leden.
3. Bezorgen van goede ontspanning aan publiek en leden.
4. De schone Vlaamse taal leren kennen en liefhebben.

Erasmus slorpte als het ware De Klaroen op en haalde zijn eerste leden uit de rangen van het vroegere gezelschap: Hendrik Van Der Perre, decorschilder bij De Klaroen en eerste voorzitter van Erasmus, Wilfried Van Ongeval, Tryphon Goethals, Piet Spapens, Leopold Everaert, Maurits Rochez, Marcel Teeuwen, Raymond Hanon, Theophiel Jacobs, Robert Thijs, Albert Naessens, Roger Poelmans, André Buysse en Eddy Mertens. E.H. Bruylandts vervolledigde deze enthousiaste ploeg.
Er werd bij Erasmus gemengd gespeeld, wat het bisdom niet zinde en waardoor het jonge gezelschap voor één productie naar Sint-Gillis uitweek, tot E.H. Bruylandts het terug naar Anderlecht haalde. De eerste vrouwelijke leden werden pas in 1946 toegelaten: Marie-Josée Jacobs, Josée Dumont, Liliane Dussart. In 1948 traden ook nog Mariette De Win, Julia Lettanie, Lea Mabilde en Lea Michiels toe. Hoewel Rosine Van Der Taelen en Joséphine Van de Voorde nooit toetraden als lid werkten zij eveneens mee aan het opstarten van het nieuwe gezelschap.
De eerste jaren waren moeilijk. Er was nog steeds een probleem met de innerlijke orde. Rik Van Der Perre zei op 14 augustus 1946 bij de viering van het eerste werkingsjaar: "... Toen onze toneelvereniging gesticht werd ontstond zij uit de gedachtewisseling van enige Vlaamse toneelliefhebbende jonge mannen vol enthousiasme, vol meeslepend gevoel, maar helaas ook vol tegenkantingen, tuchtgemis, (...) wij zullen ons dus naar de opgedane ondervinding gedragen, ten bate van de spelende leden. Het is dus te wensen dat ons toneel gedije door tucht, liefde en organisatie".
Terloops schetsen wij hier de figuur van Rik Van der Perre aan de hand van volgende anekdote. Een van de kleine spelertjes van het jeugdtheater stond bij het portret van Erasmus dat in het blazoen prijkte en vroeg heel laconiek: "Is dat nu Erasmus Van Der Perre?".
Het hierboven genoemde jeugdtheater werd eveneens in 1945 opgericht en heette 'Erasmus Jeugdtheater - voor en door de jeugd' . Spijtig genoeg zou het ophouden te bestaan in 1947 toen Roger Van de Voorde zijn legerdienst ging vervullen en Mathieu Teeuwen, de eerste regisseur en animator van Erasmus, ontslag nam.
Het jonge Erasmus had het in vele opzichten moeilijk. De zaal Familia moest soms gedeeld worden met Franstalige groepen. Qua opkomst van het publiek was het bij het begin pover gesteld, omdat er bewust was afgestapt van het komische genre ten voordele van degelijk Nederlandstalig dramatisch werk. Stukken werden soms in 6 weken tijd ingestudeerd, om gelijke trend te houden met de KVS. De ploeg van medewerkers was heel miniem, waardoor alle spelers en regisseur moesten meerwerken aan het decor en aan de opstelling ervan bij de vele verplaatsingen.
De geschiedenis van Erasmus is er een van liefde voor het betere toneel. Het palmares, 24 maal in 'uitmuntendheid' geklasseerd, waarvan 8 maal 'met gelukwensen van de jury' -een vermelding die voor het eerst voor Erasmus werd ingevoerd- getuigt van het doorzettingsvermogen van de stichters.

← terug