← terug

logo
1955 - 1964  Θ  Erasmus vindt zijn draai
Erasmus is nu tien jaar bezig. De jeugdige stichters zijn erin geslaagd regelmatig stukken op te voeren, een steeds ruimere kern van medewerkers aan te trekken en een publiek aan zich te binden. Zij realiseerden dit door Vlaamse stukken te brengen, waarin vooral de lachspieren werden bewerkt en waarvan vooraf geweten was dat ze goed zouden scoren bij een breed publiek.
Na tien jaar moet het nu maar eens gedaan zijn om steeds naar de pijpen van het publiek te dansen. Met eenzelfde koppigheid, (over)moed, wilskracht en werkkracht als destijds nodig waren om de vereniging op te richten, kiezen de Erasmussers nu resoluut voor de oorspronkelijke doelstellingen. In het verenigingsblaadje "Kontakt" van februari 1956 staat het zo: "(...) zich los rukken uit de slenter, iets waar de meeste liefhebbersverenigingen in ons land euvel aan hebben. Door het brengen van nieuwe initiatieven het schouwend publiek terug naar het toneel leiden, was het devies dat Erasmus zich bij zijn stichting heeft voorgenomen." In de statuten staat van in het prille begin dat Erasmus "kulturele en zedelijke verrijking van het volk" wil nastreven. Erasmus wil het 'betere werk' brengen op een zo goed mogelijke manier: uitgewerkte regie, hoog spelniveau, bijzondere aandacht voor decor en alle andere technische afdelingen. Erasmus wil originaliteit en zal de moeilijkheden, die dat met zich meebrengt, zeker niet uit de weg gaan. Erasmus wil het publiek verrijken met vernieuwend, kwalitatief hoogstaand theater.
Dit waarmaken vergt een globale aanpak. Veel aandacht moet gaan naar de repertoirekeuze, er moet gewerkt aan het zelfbewustzijn van de vereniging en tenslotte moeten steeds mensen bereid gevonden worden om dit alles te realiseren.
Het repertoire is essentieel
Een 'stuk kiezen' was destijds niet zo eenvoudig. Er bestonden toen nog geen gespecialiseerde bibliotheken, waar men rustig tussen de rekken lopend, werken zomaar voor het grijpen had. Tussen '55 en '64 kiest Erasmus voor het betere Nederlandstalige werk van meestal jonge, beloftevolle Vlaamse auteurs (bijv. "De knecht" van Staf Knop en "Het staat in de krant" van Luc Vilzen). Voor het eerst duiken ook stukken op van buitenlandse (anderstalige) auteurs zoals Aldo de Benedetti, J.B.Priestley, Fritz Hochwälder, Ugo Betti. Men wil een origineel repertoire opbouwen en zeker niet zomaar naspelen wat bij andere amateurs wordt opgevoerd.
Een grote inspiratiebron was zeker het opkomende kamertoneel te lande. Huisregisseur Roger Van de Voorde was een regelmatig bezoeker van deze gezelschappen, die een verfrissende wind deden waaien in het Vlaamse theaterlandschap. Ook de film moet van invloed geweest zijn, want verschillende producties uit deze periode (o.a. "De beste jaren van ons leven", "Het Vonnis", "Ninotscka" ...) waren ook op het witte doek te zien.
De vereniging wordt zelfbewust
Gedurende deze periode treedt Erasmus meer en meer naar buiten, stelt zich assertief op en wint aan naambekendheid. Erasmus wordt synoniem voor goed, eerlijk theater. Erasmus, daar komt men naar kijken om de stukken na te spelen.
Regelmatig gaat een productie "op reis". Opmerkelijk in dit verband is wel dat met het stuk "De knecht" van Staf Knop, de auteur zelf soms mee optrok met de groep om de opvoering buitenshuis mee te maken. Een bewijs van zijn grote waardering voor onze vereniging.
Omwille van de beperkte en onaangepaste technische mogelijkheden in de zaal "Familia" (de toenmalige thuishaven van Erasmus) werd regelmatig uitgeweken naar de grote KVS. Om in de KVS te kunnen/mogen optreden werd een samenwerkingsverband aangegaan met de zustervereniging 'De Koninklijke Rederijkerskamer Het Mariacransken - De Wijngaard'. Van echte samenwerking was echter geen sprake; 'De Wijngaard' stond wel telkens in de programmaboekjes maar voor het overige deed Erasmus alles zelf.
Verplaatsingen naar de KVS waren telkens een grote uitdaging. Men moest rekening houden met een enorm grote zaal en bovendien vlug werken. Er was geen tijd voor algemene of technische repetities. De spelers werden als het ware direct voor de leeuwen gegooid! Een typerend voorbeeld i.v.m. het decor voor "De koningin en de rebellen" (1959): waar andere verenigingen zich tevreden stelden met het herschikken van decorelementen uit het KVS-atelier, wilde Erasmus ook op dit gebied enige originaliteit aan de dag leggen. Men slaagde erin op een enorme achterwand een brandend gemeentehuis te schilderen. De verf was echter nog nat toen het doek opging. Acteurs die het er proper wilden vanaf brengen, dienden dan ook elk contact met het brandend gemeentehuis te vermijden.
Een andere manier om zich te affirmeren waren natuurlijk de toneelwedstrijden. Iets waartoe Erasmus zich soms - heel soms - liet verleiden. Naast de jaarlijkse deelname aan het Provinciaal Toneeltornooi was er de toneelwedstrijd ingericht door de Koninklijke Toneelkring 'Taal en Vrijheid' uit Mechelen. Op zondag 27 januari 1957 speelt Erasmus in Mechelen "De beste jaren van ons leven". De opvoering werd zwaar verstoord door het uitvallen van de elektriciteit. Hoewel er in de pers met veel lof werd gesproken over de verdiensten van dit Brusselse gezelschap kon men deze deelname bezwaarlijk een onverdeeld succes noemen. Erasmus leerde een wijze les: meedoen aan wedstrijden vergt een bepaalde competitieve instelling, die niet altijd te verzoenen valt met hoe er bij ons aan een productie wordt gewerkt.
Acteurs in de frontlinie
Een groep als Erasmus kon zijn ambities enkel waarmaken door mensen aan te trekken die erin geloofden, mensen die risico's durfden nemen en elk op hun terrein het beste van zichzelf gaven.
Op de eerste plaats zijn dat natuurlijk de acteurs, die het op de planken moeten waarmaken en de kritische blikken van het publiek moeten trotseren.. Het is onmogelijk hen allen eer te bewijzen, maar we willen hier wel Willy Van Cauwenbergh speciaal vermelden. Hij schitterde in menige productie en leverde een aanzienlijke bijdrage om van Erasmus een kwaliteitsgezelschap te maken. Aan vrouwelijke kant is het leuk eraan te herinneren dat op het einde van deze periode, in "Safe met Ophelia" (1964), drie grote Erasmus-diva's voor het eerst in hetzelfde stuk optraden. Josée Van Den Broeck, Marie-Louise Moens en Malou Renty zullen met hun talent de Erasmus-scène blijvend verrijken.
Een regisseur met het heilige vuur
Een regisseur kijkt rond... Roger Van de Voorde, die in deze periode tekende voor alle regies, legt enorm veel en vooral leerrijke contacten en loopt bij wijze van spreken de ene toneelvoorstelling uit en de andere weer binnen. Hij is een man die zo zijn vele en soms eigenzinnige ideeën over toneel weet te toetsen aan wat er toen in toneelminnend Vlaanderen leefde. Hij is ook de man die deze ideeën wil realiseren binnen Erasmus.
Een regisseur leert... In 1960 zal Roger na 3 jaar, als primus inter pares, afstuderen aan de regie- en toneelschool. Deze cursus, georganiseerd door het Ministerie van Onderwijs, zal zijn intuïtieve inzichten bevestigen en verdiepen.
Een regisseur is consequent... Na 1960 komt Roger tevens tot het besef dat men eigenlijk geen twee dingen (in dit geval spelen en regisseren) tegelijkertijd goed kan doen. Hij kiest voor het regisseurschap en zal vanaf nu, in ons gezelschap, nooit meer op de planken te zien zijn.
Een bestuur zet het licht op groen
Twee namen komen steeds terug. Rik Van der Perre, kunstenaar, schilder, beeldhouwer en medestichter van Erasmus blijft zijn begeleiderrol verder spelen tot het einde van dit decennium. In 1956 viert Erasmus het gouden jubileum van zijn erevoorzitter en in 1965 wordt nogmaals hulde gebracht aan deze mentor. In een krant van dat jaar staat: "Dat Erasmus op dit ogenblik een der hoogst aangeslagen toneelverenigingen van Brabant is geworden is te danken aan haar stichter die twintig jaar geleden ervoor gezorgd heeft dat de destijds onstuimige maar onervaren jonge mannen in goede banen werden geleid. (...) hij was een ware vader voor zijn ' jongens', die streng kon zijn maar ook zalven. (...)"
Piet J. De Gols is tijdens deze turbulente jaren de man die Erasmus moet leiden. Door zijn dynamisme, zijn geloof in de groep en zijn werkkracht laat deze voorzitter Erasmus uitgroeien tot dé toonaangevende toneelvereniging binnen het Brusselse. Een hoogtepunt in zijn carrière was zeker de zeer geslaagde ontvangst op het gemeentehuis van Anderlecht ter gelegenheid van 15 jaar Erasmus. In Het Volk van 16 maart 1961 lezen we daarover: "(...)de vereniging enkele weken geleden voor de derde maal tereke in uitmuntendheid werd gerangschikt in het provinciaal tornooi van Brabant, wat een unicum betekent in de Brabantse liefhebberstoneelwereld.(...)" en in andere krant schrijft over dezelfde viering: "(...) De h. Van Impe (als afgevaardigde van de onderstaatssekretaris Renaat Van Elslande) bracht in het bijzonder hulde aan de twee stichters die nu nog aktief zijn: regisseur Vande Voorde (...) en Willy Van Ongeval die gedurende vijftien jaar zijn vrije tijd niet alleen besteedde aan het instuderen van niet altijd gemakkelijke rollen - doch ook als sekretaris- penningmeester de vereniging grote diensten bewees. (...)"
Goede nabuurschap
Het bestuur zorgt ervoor dat Erasmus geen eilandje wordt. Zo betracht men een goede relatie tot stand te brengen met de parochie van O.L.Vrouw van Kuregem. Regelmatig verzorgt Erasmus de eucharistieviering ter ere van zijn patroonheilige Sint-Lutgardis en in 1959 worden werk noch moeite gespaard om in de jaarlijkse processie de 'Kruisdraging' tot een waar spektakel te maken. Ook buiten de parochie speelt Erasmus mee. Ter illustratie een klein krantenbericht uit 1955 : "(...) Evenals vorige jaren hebben de 'Vrienden van Scheut' van Brussel en omgeving op de tweede zondag van oktober hun jaarlijks feest ten bate van de missies op touw gezet in schouwburg Patria. (...) De inrichters hadden ditmaal een licht ontspanningsstuk op het programma gezet en werden voor de vertolking ervan zeer goed gediend door de Katholieke Vlaamse Toneelkring 'Erasmus' van Kuregem. (...)". Al deze inspanningen zorgen ervoor dat Erasmus een gewaardeerde en zichtbare schakel wordt in het plaatselijke socio-culturele leven. Het bestuur probeert daarenboven te werken aan een goede relatie met de omliggende zusterverenigingen. De speciale band die er destijds bestond tussen De Wijngaard en Erasmus, resulteert in 1964 in de opvoering van "Het stond in de krant" met een gemengde Erasmus-Wijngaard rolbezetting.

Het verhaal van het Provinciaal Toneeltornooi (PTT).

We willen hier niet de geschiedenis van het PTT uit de doeken doen, maar vermelden slechts enkele punten. Ten eerste kwamen destijds de juryleden niet naar de plaatselijke opvoeringen kijken. Elke vereniging die wou meedingen in het PTT moest een fragment (bijv. een kort bedrijf) uit een vooraf gekozen productie opvoeren op een locatie die door het PTT werd bepaald (in deze periode meestal 'Het Atrium' in 'Het hof van Engeland' rechtover de KVS). Tijdens de namiddag werden dan enkele groepen beoordeeld op basis van dit éne fragment. Ten tweede wijzen we hier even op wat het PTT zo bijzonder maakt: in tegenstelling tot andere toneelwedstrijden waar de verschillende concurrenten met elkaar worden vergeleken om tot een rangschikking te komen wil het PTT op basis van gefundeerde kritiek de deelnemende groepen vooral confronteren met zichzelf om zo de kwaliteit naar boven toe te stimuleren.
De eerste keer.
In 1949 neemt Erasmus voor het eerst deel aan het provinciale tornooi. De opvoering DE VREEMDE GAST wordt in derde afdeling gerangschikt.
De prikkeling.
Met IK HOU VAN JOU, IDIOOT uit 1955 belandt Ersamus in tweede afdeling. We gaan erop vooruit. Pittig detail: na afloop van de bekendmaking van de uitslag krijgt onze huisregisseur de schampere opmerking te verwerken "Troost U, Roger, daar zijn er nog achter U". In plaats van de schouders te laten zakken zal deze uitspraak een enorme prikkeling betekenen om met nog meer ijver aan de slag te gaan en inderdaad...
De steile opgang.
In 1956 kent Erasmus een eerste triomf, want de opvoering van DE BESTE JAREN VAN ONS LEVEN wordt in uitmuntendheid gerangschikt.
In 1958 gebeurt er iets speciaals. Met DRIE DOZIJN RODE ROZEN belandt Erasmus opnieuw in uitmuntendheid maar ditmaal met de vermelding "met de gelukwensen van de jury". Een welingelichte bron vertelt dat deze vermelding speciaal voor Erasmus werd uitgevonden. Om het in cijfers uit te drukken: uitmuntendheid komt overeen met +90% van de punten, met de gelukwensen erbovenop wordt dat +95%.
Toen in 1960 voor de derde maal uitmuntendheid werd behaald met HUWELIJKSREIS ZONDER MAN kon men de voorzitter tijdens de derde lustrumviering hardop horen dromen van een deelname aan het prestigieuze "Koninklijk Landjuweel". Pas veel later zal deze droom in vervulling gaan.
De bevestiging.
Door zijn blijvende ijver om goed theater te brengen zal Erasmus tot 22 keer na mekaar in uitmuntendheid worden geklasseerd. Zo vestigde onze vereniging een absoluut record in de annalen van het tornooi. Meteen is ook bewezen dat de oorspronkelijke betrachtingen van de groep gerealiseerd werden.

← terug