← terug

logo
1965 - 1974  Θ  Grote bezettingen en een laboratorium
I1965 betekent voor Erasmus het einde van het tweede decennium. Het twintigjarige bestaan wordt gevierd met de herneming van een stuk uit de beginperiode (1948-'49) in een nieuwe bezetting : ADEL IN LIVREI.
1966-1967 luidt de periode van de Beursschouwburg in. Op 16 februari 1967 gaat MIRABEL EN DE ZONDERLINGE FAMILIE er in première.
De periode tot het begin van de jaren '70 wordt gekenmerkt door stukken met een grote bezetting, zoals ANTIGONE (11 spelers) en DE KONINGIN EN DE REBELLEN (20 spelers). Dit laatste stuk wordt gespeeld in KVS Brussel. De spelers uit die periode herinneren zich zeker de problemen die gepaard gingen met de opvoeringen in de KVS: geen enkele repetitie in de zaal, geen gewenning aan het decor, geen technische repetitie... Deze beperkingen vormen een enorme uitdaging voor de creativiteit en het concentratievermogen van de acteurs en de regisseur. Het resultaat en het succes zijn er in die jaren niet minder om.
In 1970 heeft Erasmus een nieuwe reden om te feesten: de groep bestaat 25 jaar. Voor de viering valt de keuze op een klassieker: TRAMLIJN BEGEERTE van Tennessee Williams. Omdat zo een groots opgezet stuk zonder repetities en goede belichting onmogelijk optimaal kon worden opgevoerd, ging uitzonderlijk ook de algemene repetitie door in de KVS. De deelname met dit stuk aan het Provinciaal Toneeltornooi levert voor de 11e opeenvolgende keer uitmuntendheid en voor de 8e opeenvolgende keer gelukwensen van de jury op. In het verslag wordt geschreven : "Tramlijn Begeerte is het orgelpunt van een uitstekend tornooi en een mijlpaal in de ontwikkeling van Erasmus".
Het volgende stuk DE DRIE KLAPHOEDEN (november 1971) wordt opgenomen in het abonnement van de Beursschouwburg.
De kleine zaal van de Beursschouwburg met een scène van amper 3 bij 3 meter inspireert tot stukken met een kleine bezetting: HUIS CLOS, LA VOIX HUMAINE (monoloog van Malou Renty) en ook BLOOTVOETS DOOR HET PARK, waarin de acteurs uit plaatsgebrek op en over de meubels moesten bewegen.

Laborasmus wordt geboren.
Naast deze algemene Erasmusactiviteiten vormt de tweede helft van de jaren '60 ook de voedingsbodem voor een subgroep: Laborasmus. De 17-jarige oprichters van Erasmus uit 1945 zijn ondertussen veertigers geworden en er is behoefte aan een nieuw elan voor de groep. Laborasmus was bedoeld als een laboratorium om opnieuw 16/17-jarigen aan te trekken en tot Erasmusacteurs te kneden. De wind van de vrije jaren '60 waait over de groep: één avond (nacht) in de week (vrijdag) worden vrije vergaderingen georganiseerd, waar over theater wordt gepraat en waar iedereen zijn zegje kan doen. Er worden dictie- en bewegingslessen georganiseerd.
In tegenstelling tot Erasmus had Laborasmus geen structuur: geen bestuur, geen voorzitter, geen regisseur, iedereen was medewerker, regisseur en acteur, alles werd in gemeenschap beslist. Wel beschikte Laborasmus over een eigen lokaal: De Cosmos in de Dr. De Meersmansstraat. Dat deze "vernieuwing/verjonging" een uitermate belangrijke mijlpaal was in de geschiedenis van Erasmus, blijkt uit het feit dat de jonge mensen van toen vandaag de dag (lees 1995) de drijvende krachten zijn achter de groep.
Langzaam groeide overigens de behoefte, niet enkel een laboratorium en een praatgroep te zijn, maar eveneens als theatergroep naar buiten te komen. Dit resulteert op 16 december 1972 in de première van het stuk VERTIKAAL van Tone Brulin. Alternatief als de groep was, was er geen regisseur en werden in het programmaboekje geen namen vermeld.
In januari 1973 verscheen in Het Laatste Nieuws een stukje met als titel "Theater is dood". Gebeten door de microbe en in de overtuiging van het tegendeel werd een lezersbrief geschreven als protest tegen deze boute bewering. Als reactie kwam de journalist naar de repetities van VERTIKAAL en werd een artikel gewijd aan de activiteiten van Laborasmus.
In het voorjaar van 1974 deed Laborasmus met dit stuk mee aan het Provinciaal Toneeltornooi, waar het een enorm succes kende. De jury schreef dat de voorstelling model kon staan voor de verenigingen die aan het tornooi deelnamen.

← terug